Oproep: aandacht voor psalm 43 op zondag 4 mei als dag van de dodenherdenking

Alle kerken en geloofsrichtingen in Dordrecht zouden op zondag 4 mei 2014 dezelfde psalm kunnen zingen, voorlezen of er over preken. Dat zou een ‘bijzonder indringende’ dodenherdenking kunnen zijn, zo luidt de oproep van het Platform van de Raad van Kerken Dordrecht.

Zes jaar geleden werd voor de eerste keer hiervoor aandacht gevraagd, toen de dodenherdenking ook op een zondag viel.

Op de christelijke herdenkingsbijeenkomst op zondagavond 4 mei in de Kruiskerk in Dordrecht – die de Raad van Kerken draagt met de stichting reformatie instituut Dordrecht (RID) –  zal ook stil worden gestaan bij de betekenis van psalm 43.

De psalm heeft veel te zeggen en gaat verder dan de woorden alleen: Het is zowel van diep religieuze als van grote historische betekenis. Het lied klonk op 13 maart 1941 onder dramatische omstandigheden in de Scheveningse gevangenis.

Die dag, 73 jaar geleden, werden achttien mannen, vijftien verzetsmensen van de verzetsgroep de Geuzen en drie Amsterdamse februaristakers, uit hun cel gehaald. Zij gingen op weg naar de executie op de fusilladeplaats de Waalsdorpervlakte nabij Den Haag. Op die plek werd op 4 mei 1946 ook de eerste nationale dodenherdenking gehouden.

De bezetters wilden na een door veel publiciteit omgeven showproces het doodschieten van de achttien als voorbeeld stellen aan de Nederlandse bevolking.

Onder zware omstandigheden werd de psalm ”Dan ga ik op tot Gods altaren” gezongen. Onder de groep gevangenen bevond zich de in Dordrecht geboren, opgeleide en op de Essenhof begraven (gereformeerde) verzetsstrijder Leendert Keesmaat.

Na de executie werden de mannen steeds meer algemeen bekend door ‘het lied der achttien doden’, het verzetsgedicht van Jan Campert.

Het gedicht heeft onder andere als tekst:

Een cel is maar twee meter lang
En nauw twee meter breed,
Wel kleiner nog is het stuk grond,
Dat ik nu nog niet weet,
Maar waar ik naamloos rusten zal,
Mijn makkers bovendien,
Wij waren achttien in getal,
Geen zal den avond zien.
(…)
Ik zie hoe ‘t eerste morgenlicht door ‘t hooge venster draalt.
Mijn God, maak mij het sterven licht –
en zoo ik heb gefaald gelijk een elk wel falen kan, schenk mij dan Uw gena,
opdat ik heenga als een man als ‘k voor de loopen sta. 

Het gedicht zegt meer dan dat de achttien doden stonden voor de eerste grote fusillade uit de Tweede Wereldoorlog. De combinatie met het volkslied en psalm 43 maakt het moment van herdenken anno 2014 nog indringender.

Immers: In het zogeheten Oranjehotel zaten op dat moment in 1941 meer verzetsmensen gevangen, die deels konden horen wat er gebeurde.

Toen de verzetsmensen uit hun cel werden gehaald, in de rij werden gezet en zich naar de fusilladeplaats begaven, zette een van hen – volgens enkele bronnen de gereformeerde onderwijzer Leendert Keesmaat uit Dordrecht – Psalm 43 in, volgens de ‘oorgetuigen’ het eerste en het vierde vers. De Duitsers wisten eerst niet wat er gebeurde. Later is hun uitgelegd dat het maar Psalm 43 was”, zo vertelden oorgetuigen na de oorlog.

Het Platform de Raad van Kerken Dordrecht zegt dat de historische gang van zaken rond de psalm ook de mogelijkheid geeft, dat niet-christenen het kunnen meezingen als een ,,historische psalm die de mensen kracht gaf”.

Psalm 43 vers 1 en 4 hoort bij de kern van de dodenherdenking in Nederland.

Geduchte God, hoor mijn gebeden.
strijd voor mijn recht en maak mij vrij
van hen, die vol arglistigheden
gerechtigheid en trouw vertreden,
opdat mijn ziel uw naam belij
en U geheiligd zij.

Dan ga ik op tot Gods altaren,
tot God, mijn God, de bron van vreugd;
Dan zal ik juichend stem en snaren
ten roem van zijne goedheid paren,
die na kortstondig ongeneugt
mij eindeloos verheugt.

Dit bericht delen