7 jaar

Al 7 jaar.
De tijd gaat gewoon door, ook zonder zijn vrouw in huis. Maar hij heeft haar nog.

7 jaar lang dekt hij de tafel voor één persoon. In het begin dekte hij nog voor twee. Hij hoorde het haar in gedachten vaak zeggen: “Messen rechts, vorken links, het beklijft maar niet he bij jou”. Inmiddels kan hij het zonder haar woorden. Het beklijft blijkbaar toch. Ze zit in zijn hoofd, en in zijn hart.

Ze was heel precies. Een keurige vrouw die niet toestond dat hij zonder gepoetste schoenen het huis zou verlaten. Een vrouw die je nooit zou betrappen op rouwrandjes onder haar nagels.
Elke dag een gezonde maaltijd, elke dag een opgemaakt bed, elke dag haar kushandje als hij de deur uit ging voor werk of sporten.

En ze was nors. Lief ook, met twinkelende ogen, maar ze kon hem zo venijnig aankijken als hij zijn aktetas in de kamer liet staan. “Slingeren” noemde ze het, terwijl het ding gewoon rechtop stond. Of als hij paprika’s had gekocht als ze tomaten bedoelde. “Daar kan ik niks mee”. Zo trouw als hij was, zo loyaal ook, wandelde hij dan het huis uit op weg naar de groentewinkel. “Tot straks” gekust door haar handje, met rollende en toch twinkelende ogen.

Ze hadden het goed samen.
Ze hebben het nog goed, min of meer samen.

Al 7 jaar lang, elke dag na de lunch, trekt hij zijn jas aan (…”doe hem dicht, het is koud hoor…”) en stapt op de fiets. 30 minuten fietsen is het. Dan stapt hij de lift in, loopt de afdeling op en hangt zijn jas aan de kapstok. Vaak zit ze aan tafel, te slapen, of ze beweegt zich schuifelend langs de muren van de huiskamer.

Vandaag treft hij haar aan de eettafel. Er liggen losse bloemen op tafel, het vaasje brengt ze net naar haar mond. “Je drinkt tenminste nog wat”, denkt hij met een glimlach. Voorzichtig pakt hij het vaasje af en vraagt of ze een kop thee wil. “Alle boeken doen van gisteren neem het boter en daarom appelt de maar” is haar antwoord.
Het door hem zorgvuldig ingeschonken kopje thee schuift ze als een sjoelsteen over de tafel. Ze wil hem niet.

7 magere vette jaren, met verwarring en achteruitgang.
7 jaren elke dag fietsen. 30 minuten heen. 30 minuten terug, door weer en wind.

Misschien blijft hij er jong bij, net als zij.

Oud en tegelijkertijd zo jong, kwetsbaar als een kind.

7 jaren trouw bezoek, omdat ze het waard is.

Zij is niet alleen.
En hij?

Wanneer hij weer gaat draait hij zich bij de deur nog een keertje om. Zoals hij dat al 7 jaren doet.

Hij gooit een kus de lucht in en knipoogt nog even.
Zij kijkt hem hoofdschuddend aan. “Die knoop. Je jas is koud.”

Hij is niet alleen.